Queeste is een Nederlandstalig rollenspel, dat in 1980 is bedacht door Joop Oele. Door de jaren heen zijn er heel wat queestverhalen geschreven door verschillende auteurs. Deze website geeft een overzicht van het spel en de verkrijgbare queestverhalen.Deze verhalen zijn in de jaren ’90 verzameld, bewerkt en opnieuw vormgegeven om ze voor derden toegankelijk te maken. Sinds kort zijn ze tegen kostprijs verkrijgbaar via on-demand uitgever Lulu.com.

 

Naar de Webshop >>

 

Naar het overzicht van queeste uitgaven >>

 

Naar het queestblog >>

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat is Queeste?

Queeste betekent letterlijk zoektocht en dat is dan ook wat het spel is. Een beginnende speler of spelleider kan zich hier waarschijnlijk weinig bij voorstellen en enige uitleg is op zijn plaats.
Queeste speel je met een aantal personen, waarvan er een de spelleider is. De spelleider wordt quaestor genoemd. De anderen zijn spelers. Alle spelers bedenken in overleg met de quaestor een personage dat zij willen spelen. Queeste wordt gespeeld in een fictieve wereld. Het personage dat een speler bedenkt, loopt in deze wereld rond. In het begin heeft hij geen beroep en geen duidelijke woonplaats of achtergrond. Wat wel al wordt vastgesteld is hoe groot, sterk, slim enzovoort een personage is, hoe hij heet en wat hij bezit. Dit wordt bijgehouden op een zogenaamd levensvel.
Tijdens het spel speelt een speler zijn personage. Hij beschrijft wat hij doet of vertelt wat hij zegt. Zo kunnen de spelers dus als personages met elkaar praten. Let wel: Queeste is een verbaal spel en geen toneelimprovisatie. Een speler kan er dus mee volstaan te zeggen dat hij bijvoorbeeld iemand slaat of begint te zwaaien. Hij hoeft het niet daadwerkelijk te doen.
De wereld waarin de personages rondlopen, wordt beschreven door de quaestor. Als de spelers vragen hebben, worden deze door de quaestor beantwoord. De quaestor speelt alles en iedereen, behalve de personages van de spelers. Als een speler kenbaar maakt dat hij (dat wil zeggen: zijn personage) een toevallige voorbijganger aanhoudt, dan speelt de quaestor die voorbijganger. Als een andere speler een herberg binnenloopt, vertelt de quaestor hoe het er daar uitziet en wat voor mensen er aanwezig zijn.
Dit doet nogal een beroep op de slagvaardigheid en creativiteit van de quaestor. Hij is echter niet helemaal op zichzelf aangewezen. Allereerst zijn hier de spelregels. Als een speler zegt dat hij over een beekje springt, weet de quaestor niet of hem dat lukt. Als een speler met een besmettelijke ziekte in aanraking komt, weet de quaestor niet of hij ziek zal worden. De spelregels bieden in twijfelachtige situaties hulp. Als een situatie duidelijk is en iedereen het eens is, hoeven de spelregels niet gebruikt te worden.
Vervolgens zijn er de Achtergronden. Voor het spel Queeste is een wereld bedacht met een geschiedenis, mensen, landen, steden, goden enzovoort. Natuurlijk is niet alles vastgelegd, maar er is een basis van waaruit de quaestor en dus ook de spelers verder kunnen. De spelers lopen niet doelloos in deze spelwereld rond. Naast de Achtergonden zijn er vele avonturen bedacht die de spelers kunnen beleven: de feitelijke Queeste-verhalen. Een queeste kan een zoektocht zijn naar een prinses die is ontvoerd, een opdracht om een draak te doden, een raadsel dat moet worden opgelost, of een stad die moet worden gered. Als de ene queeste is volbracht, kunnen de spelers met goede moed en met de opgedane ervaring door naar het volgende avontuur.
Als de spelers zo meerdere queesten hebben gespeeld, krijgen zij steeds meer ervaring; niet alleen als speler in het spel, maar ook als personage binnen de wereld. Beter en machtiger worden is een speldoel op zich.

 

 

 

 

Voorbeeld van een spelsituatie

De quaestor beschrijft de kamer waar een speler binnenkomt of laat er een tekening van zien.
Een speler: ‘Is er behalve het meubilair iets bijzonders te zien in deze kamer?’
Quaestor: ‘Op tafel liggen de resten van een maaltijd en in de hoek van de kamer staan enkele wapens.’
Speler: ‘Is er iets te horen?’
Quaestor: ‘Je hoort wat geroezemoes; je denkt dat het uit de deur aan de linkerkant komt.’
Speler: ‘Ik loop naar de deur, doe hem voorzichtig een beetje open en kijk naar binnen’.
Andere speler: ‘Ik kijk of er bij de wapens iets is dat ik kan gebruiken, en ga daarna naar Armin (de naam van het personage van de eerste speler)’.
Quaestor: ‘In de hoek staan twee kortzwaarden en een speer’.
Vervolgens beschrijft de quaestor de nieuwe kamer aan de eerste speler die naar binnengaat of kijkt, en het spel wordt vervolgd.

 

 

 

 

De taak van de quaestor

De quaestor heeft een zware taak. Wie quaestor wil worden, moet de achtergronden en de avonturen goed kennen, moet goed kunnen improviseren en veel geduld hebben.

De taken van de quaestor zijn globaal in drieën te verdelen: het beheren van het spelsysteem, reageren op de spelers als zij iets doen of vragen en de spelers een doel binnen het spel geven en hen hier naartoe leiden.

Hoewel ook de spelers de spelregels mogen lezen, is het aan de spelleider te beoordelen wanneer ze gebruikt worden. Hij heeft ook de vrijheid een regel niet te gebruiken of er zelf een bij te bedenken, als hij meent dat dit het spel ten goede komt.

De quaestor vertegenwoordigt de wereld waarin de spelers rondlopen. Als de spelers vragen hebben over de wereld in het algemeen, over de plek waar zij zich bevinden, hoe het er daar uitziet, hoe het ruikt, of ze iets horen, dan probeert de quaestor een antwoord te geven. Hij kan kijken of er iets over in het draaiboek voor de queeste, de Spelregels of de Achtergronden staat. Is dat niet het geval, dan verzint hij zelf iets. Een speciaal aspect is het spelen van de zogenaamde tegenspelers. Het is van belang dat de dingen die de quaestor vertelt, niet ter discussie worden gesteld. Het zou niet erg realistisch zijn als er werd gediscussieerd over de vraag of bijvoorbeeld een hond de spelers wel of niet aanvalt. Als het quaestorschap door meerdere personen wordt uitgevoerd, is het van belang dat de quaestoren onderling op één lijn zitten. Als de quaestor goed speelt, zullen de spelers de indruk krijgen dat alles wat er gebeurt, werkelijk is en zullen ze dat ook zo aanvaarden.

De quaestor kan zelf queestverhalen schrijven, maar zeker als hij net begint, is het verstandig gebruik te maken van de bestaande draaiboeken (voor een overzicht zie de Lijst van Queeste-producten). De quaestor leest het Queeste-verhaal goed door. Hij moet vooral de grote lijn van het verhaal goed kennen, zodat hij kan improviseren zonder van de verhaallijn af te wijken als het spel bijvoorbeeld erg traag verloopt.